Skip to main content

Als je voor de eerste keer het prachtige Sevilla bezoekt, dan wil je dit stukje geschiedenis zeker niet missen. Want dit plekje neemt je mee terug in de tijd, toen het leven er net allemaal wat anders uit zag. Het moment dat je eropaf loopt is het onmogelijk te missen. Want daar staat het dan, in al haar glorie: gigantisch, kleurrijk, en bijna sprookjesachtig. Maar wat je misschien nog niet weet, is dat Plaza de España veel meer is dan alleen een mooi plaatje. Achter dit plein zit een verhaal van ambitie, trots, wereldpolitiek en een architect met een hele grote droom. En geloof ons: als je dit eenmaal weet, kijk je nooit meer op dezelfde manier naar deze parel van een monument. 

Sevilla op het wereldtoneel 

Om te begrijpen waarom Plaza de España gebouwd werd, moeten we eerst een klein stukje terug in de tijd. We zitten in het begin van de 20e eeuw. Europa is op dit moment nog aan het bijkomen van de Eerste Wereldoorlog, landen zijn bezig zichzelf opnieuw op te bouwen, en tegelijkertijd groeit het idee van internationale samenwerking, of in elk geval: indruk maken op elkaar. 

Spanje had in die tijd al lang niet meer de macht en rijkdom van vroeger. Het had zijn koloniën in Latijns-Amerika grotendeels kwijtgeraakt, maar wilde de banden met deze landen weer versterken. Niet om op deze manier weer macht te winnen, maar om de cultuur, taal en gedeelde geschiedenis. Zo ontstond het idee van de Ibero-Amerikaanse Expo van 1929. Een soort wereldtentoonstelling waarbij Spanje zijn culturele, economische en politieke banden met Latijns-Amerikaanse landen wilde vieren. “Ibero” verwijst naar het Iberisch schiereiland (Spanje en Portugal), en “Amerikaans” naar de Latijns-Amerikaanse landen.  

Het daarom natuurlijk ook niet gek dat het een enorm grote eer was dat Sevilla werd gekozen om dit evenement te hosten. En al helemaal omdat grote steden zoals Madrid of Barcelona bekender waren dan deze historische stad. Wel moest er qua voorbereiding erg veel gebeuren, dus dat betekende: aan de slag! Er moest nog van alles gepland en gebouwd worden zodat alles er op de dag van de wereldexpo soepel aan toe kon gaan, en de stad klaar was om in de spotlights te worden gezet. Gebouwen, paviljoenen, en veel verschillende pleinen. Maar het belangrijkste project van allemaal? Plaza de España. 

De grote droom van architect Aníbal González 

Voor zo’n belangrijk plein was natuurlijk een goede architect nodig. Die werd gevonden in Aníbal González, een beroemde architect uit Sevilla. Hij was al bekend van andere mooie gebouwen, oftewel pleinen, in de stad, zoals het Plaza de America. Maar Plaza de España zou zijn grootste werk worden; zijn meesterwerk. 

González had een duidelijke visie. Hij wilde een plein ontwerpen dat Spanje op zijn mooist liet zien. Niet alleen qua uiterlijk, maar ook qua symboliek. Hij bedacht een ontwerp in de vorm van een halve cirkel, alsof het plein zijn armen opent naar Latijns-Amerika. Alsof Spanje zijn voormalige koloniën weer wil verwelkomen, maar nu als vrienden. Een soort knuffel, als het ware. Zo wordt dat ook beschouwd door zowel toeristen als de bevolking van Sevilla zelf. 

Langs het plein zouden gebouwen komen met sierlijke bogen, torens, en kleurrijke tegels. Op de muren zouden 52 bankjes komen, elk gewijd aan een Spaanse provincie. Die bankjes kregen een tegelmozaïek met historische gebeurtenissen, kaarten en wapenschilden, een soort openluchtgeschiedenisles. Alles bij elkaar moest het plein een viering van Spanje worden: zijn cultuur, zijn regio’s, zijn geschiedenis. Hoewel er nu, vandaag de dag, nog steeds 52 bankjes bestaan, zijn er ondertussen maar 48 provincies over in Spanje. 

Zijn stijl noemen we regionalisme: een mix van Spaanse en Moorse, oftewel Arabische, invloeden, met veel gebruik van baksteen, keramiek, bogen en tegels. Alle kleuren en exotische vormen laten echt zien dat Sevilla de kunst, cultuur en ook tradities in het hart heeft gesloten. Zo geeft het niet alleen de Spaanse stijl weer, maar is het ook duidelijk te zien hoeveel invloed de Moren al die jaren terug op zowel de stad, de bevolking en de architectuur heeft gehad. Het is een stijl die, ondanks de rijke geschiedenis en invloeden, toch typisch Andalusisch is, dus perfect voor Sevilla. 

Problemen op de bouwplaats 

De bouw van Plaza de España begon in 1914, precies toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak. Toch gingen de werkzaamheden door, ondanks de onzekere tijden. González werkte vol passie aan zijn ontwerp. Hij gaf leiding aan honderden arbeiders en kunstenaars. Maar een groot project kost veel geld, tijd en overleg en dat zorgde al snel voor problemen. 

Na meer dan tien jaar bouwen begon de kritiek toe te nemen. Sommigen vonden González’ stijl te ouderwets of juist te uitgesproken. Anderen vonden dat het allemaal te lang duurde of te duur werd. Ook wilde de organisatie van de expo meer invloed op het ontwerp, want naar hun mening deed de getalenteerde architect te veel zijn eigen ding. Een ding is zeker, je kunt het nooit voor iedereen goed doen. Maar toch bleef González onverslagen en toonde zijn toewijding door niet te stoppen. 

In 1926 kwam er dan toch een vervelend moment: González werd ontslagen. Hij mocht zijn eigen project niet afmaken. Dat moet een bittere pil voor hem zijn geweest, want hij heeft er natuurlijk jaren van zijn leven aan toegewijd. Ook is dit project zijn levenswerk geworden. Hier kon hij al zijn passie voor architectuur en creativiteit uiten en op loslaten. Zijn opvolger werd de architect Vicente Traver, die nog wel respect had voor González’ ideeën, maar toch een paar dingen veranderde. 

Wat veranderde er aan het originele ontwerp? 

Traver hield het basisidee van het plein intact: de halve cirkel, de gebouwen, de tegels, de bruggen. Maar hij bracht subtiele veranderingen aan. Zo voegde hij elementen toe uit de klassieke bouwkunst, zoals meer symmetrie en meer Renaissance-invloeden. Ook werd het geheel iets minder kleurrijk en fantasierijk dan González oorspronkelijk had bedacht. En ook daar had de bevolking natuurlijk weer z’n meningen over. 

De grootste verandering was misschien wel de toevoeging van de grote fontein in het midden van het plein. Die stond niet in het plan van González, want hij wilde het midden leeg houden, zodat je een vrij zicht had op de gebouwen. Maar Traver vond dat er iets miste. In 1927 ontwierp hij de fontein die je nu nog steeds ziet: sierlijk, symmetrisch en een echte blikvanger. En hij had toch wel een beetje gelijk, niet? 

Veel mensen denken dat de fontein er altijd al stond, maar het was er dus pas later aan toegevoegd. Gelukkig past hij goed in het geheel, maakt dat het plaatje helemaal af, en vandaag de dag is het een van de populairste plekken op het plein voor foto’s, of gewoon om even uit te rusten in de schaduw. Hoewel het tijdens de zomerperiode in de middag soms misschien te warm is, is het ‘s ochtends en ‘s avonds prima te doen. Ga eens een kijkje nemen met zonsondergang! Dan zijn de kleuren en belichting spectaculair! Na augustus is dit prachtige plein prima te bezoeken, ook in de middag. 

Wanneer was alles klaar? 

Hoewel de bouw begon in 1914, was het hele plein pas klaar in 1928, en dus ook maar net op tijd voor de opening van de Ibero-Amerikaanse Expo in 1929. In totaal duurde de bouw dus 14 jaar, wat best lang is voor een plein. Maar als je ziet hoe groot, gedetailleerd en bijzonder het is, begrijp je waarom het allemaal zo lang heeft geduurd. Bij de expo hoorde natuurlijk meer dan alleen Plaza de Espana. Zo was het Mudejar Paviljoen er een van, en ook het gebouw wat we nu het Archeologisch Museum noemen, die allebei op het Plaza América. 

Tijdens de expo kwamen bezoekers uit de hele wereld naar Sevilla om de Spaanse cultuur te bewonderen, en Plaza de España was zonder twijfel het hoogtepunt. Het liet zien wat Spanje kon, en hoe rijk de geschiedenis en kunst van het land is. Dat zie je telkens ook terug, zowel bij Plaza de España als door de stad heen. Want er is meer geschiedenis te bekennen dan alleen dit pareltje, en van sommigen ook de favoriet, van Sevilla. 

Na de tentoonstelling kreeg het plein een andere functie. Het werd een plek om te wandelen, om even te zitten, en later ook een decor voor films (zoals Star Wars en Lawrence of Arabia). Het wordt dan ook nog steeds regelmatig gebruikt voor bepaalde evenementen, zoals in juni het Icónica Sevilla Fest. Tegenwoordig is het een van de meest bezochte plekken in Sevilla; en een vast onderdeel van onze fietstours, natuurlijk! Want dit wil je echt niet missen! 

Fiets je met ons mee door dit bijzondere plein?  

Als je met ons meegaat op fietstour door Sevilla, stoppen we natuurlijk bij Plaza de España. Niet alleen omdat het prachtig is, maar omdat het een plek is waar je echt de geschiedenis kunt voelen. Hier zie je hoe Spanje zich aan de wereld wilde tonen. Hier voel je de trots van Aníbal González. Hier hoor je het geruis van de fontein en zie je de vele gekleurde tegels schitteren in de zon. 

En het mooiste is: je beleeft dit allemaal vanaf je fiets! Je rijdt langs de bruggen, over het halfronde plein, en je voelt je even deel van het verhaal. Dat maakt onze tours zo bijzonder: we laten je niet alleen de stad zien, maar ook voelen en begrijpen, zowel de geschiedenis als de mensen en cultuur. 

Dus: ben jij klaar om Sevilla echt te ontdekken? Boek bij ons een fietstour, spring op de fiets en trap mee door de geschiedenis van Plaza de España. Wij vertellen je onderweg het hele verhaal! 

Tip: Wil je meer blogs lezen of je meteen inschrijven voor een tour? Kijk op onze website of volg ons op Instagram voor leuke updates, foto’s en tips voor je bezoek aan Sevilla! 

Instagram: @atd.spain 

Facebook: Andalucia Tours and Discovery 

TikTok: @ATD.spain 

Website: @atdspain.com 

Adres: Calle Alcalde Isacio Contreras, 1, 41003, Sevilla, Spanje