Tijdens een bezoek aan Sevilla is de Plaza de Toros een plek die je zeker niet mag missen. Deze beroemde arena ligt in de wijk El Arenal, vlak bij de rivier de Guadalquivir, en is een van de bekendste bezienswaardigheden van de stad. Het gebouw is niet alleen mooi om te zien, maar vertelt ook veel over de Spaanse cultuur en geschiedenis.

De geschiedenis van de arena

De Plaza de Toros de la Real Maestranza is een van de oudste en meest gerespecteerde stierenvechtarena’s van Spanje. Het verhaal begint in 1749, toen de Real Maestranza de Caballería de Sevilla, een adellijk ruitergenootschap, begon met de bouw. Dit genootschap had van oudsher een sterke band met paardrijden en met de stierenvechtcultuur, en je ziet die verbondenheid nog steeds terug in de naam van de arena.

De bouw was geen werk van een paar jaar. In het begin was de arena nog gedeeltelijk van hout en had ze niet de ronde vorm die we nu kennen. In de decennia daarna werd het gebouw stap voor stap verbouwd en vervangen door steen, en kreeg het langzaam zijn huidige gedaante. Pas in 1881 werd het bouwwerk voltooid, zoals we het nu kennen. Daarmee is de arena letterlijk eeuwen in de maak geweest, en dat zie je aan de combinatie van stijlen.

Dat maakt het gebouw ook architectonisch interessant. Je ziet barokke elementen, zoals de sierlijke bogen en de rijke details, gecombineerd met de witte muren en okergele accenten die zo typisch zijn voor Andalusië. De arena is bijna rond en heeft ruimte voor ongeveer twaalfduizend toeschouwers. Het zand in het midden heeft een doorsnede van zo’n zestig meter. Rondom de piste lopen overdekte galerijen met stenen zuilen, en de tribunes zijn opgebouwd uit meerdere lagen, zodat je vanaf elke plek goed zicht hebt op wat er in het midden gebeurt.

Een van de bekendste onderdelen is de Puerta del Príncipe, de “Prinsendeur”. Door deze poort verlaten de beste matadors na een uitzonderlijk optreden de arena. Het is in de stierenvechtwereld een grote eer om door deze deur naar buiten gedragen te worden, en het gebeurt maar zelden. Dat maakt de deur tot een soort symbool van de arena.

De Plaza de Toros speelde ook een belangrijke rol in de ontwikkeling van het stierenvechten zelf. In de achttiende eeuw groeide de sport uit tot een echt volksvertier, en Sevilla werd, samen met Ronda, een van de belangrijkste plaatsen waar de moderne stijl van het stierenvechten zich ontwikkelde. Bekende torero’s uit die tijd, zoals Pedro Romero uit Ronda en Pepe-Hillo uit Sevilla, stonden bekend om hun rivaliteit en hun verschillende stijlen. Hun optredens droegen bij aan de faam van de arena, ver buiten de grenzen van Andalusië.

Ook buiten het stierenvechten heeft het gebouw een belangrijke plek in het culturele leven van de stad. Sevilla speelt een rol in veel Spaanse verhalen, opera’s en liederen, en de arena hoort daar onlosmakelijk bij. Voor veel Sevillanen is de Maestranza meer dan een sportlocatie: het is een herkenningspunt van hun stad.

Stierenvechten en Spaanse tradities

De arena is vooral bekend vanwege het stierenvechten, een traditie die al eeuwenlang bestaat in Spanje. Vooral tijdens de Feria de Abril, het beroemde lentefeest van Sevilla, vinden er belangrijke evenementen plaats. Voor sommige Spanjaarden hoort het stierenvechten bij hun culturele geschiedenis. Andere mensen zijn er juist tegen vanwege het dierenleed. Hierdoor is het een traditie waar veel discussie over bestaat.

Hoe ziet een stierengevecht eruit?

Een traditioneel stierengevecht bestaat uit verschillende fases. In de eerste fase gebruikt de matador of een van zijn helpers een grote roze en gele doek om de stier uit te dagen en te bekijken hoe hij beweegt en reageert. Daarna komt de picador op een paard de arena binnen. Deze gebruikt een lange lans, de pica, om de stier in de nekspieren te steken. Dit gebeurt doorgaans één of twee keer, waardoor de stier verzwakt. Vervolgens komen de banderilleros in actie. Zij steken versierde stokken, die banderilla’s heten, in de rug van de stier. Meestal zijn dit zes stokken, verdeeld over drie paar. In de laatste fase neemt de matador het over met een rode doek, waarmee hij de stier door de arena leidt. Uiteindelijk probeert hij de stier met een zwaard te doden.

Stierenvechten is een eeuwenoude Spaanse traditie, maar er bestaat veel discussie over vanwege het dierenleed. Wie de arena bezoekt, hoeft zich daar niet over te laten leiden: je kunt het gebouw ook gewoon bekijken als een stuk geschiedenis en architectuur, buiten de wedstrijddagen om.

Een bezoek aan de arena en het museum

Wie de arena van binnen wil zien, kan een rondleiding volgen. Daarbij loop je langs de tribunes en over de rand van de piste, en kom je ook in het bijbehorende stierenvechtmuseum. Daar zie je onder meer traditionele kostuums, schilderijen, affiches en voorwerpen die met de geschiedenis van het stierenvechten te maken hebben. Het museum geeft een goed beeld van hoe diep deze traditie in de Sevillaanse cultuur verankerd zit, ook voor wie er zelf een gemengd gevoel bij heeft.

De Plaza de Toros tijdens de fietstour

Tijdens de fietstour door Sevilla komen we mogelijk langs de Plaza de Toros. Zo kunnen we deze beroemde arena van dichtbij bekijken en meer leren over de geschiedenis ervan. Wil je de arena uitgebreider bezoeken? Dan kun je ook zelf een fiets huren en ernaartoe fietsen om de arena en het museum te ontdekken. Het gebied rond de Guadalquivir is vlak en goed bereikbaar op de fiets, dus het is een fijne tussenstop tijdens een dag door de stad.

Address: Calle Alcalde Isacio Contreras, 1, Seville

Website: www.atdspain.com

Instagram: @ATD.spain

TikTok: @ATD.spain